|
|
Compilatie: vanaf begin van deze eeuw. 1932
Bert Pulles, vormgever in metaal, hoofdzakelijk in religieuze kunst.
Vanaf het begin van de twintigste eeuw, ofwel van het verleden, heden en de
toekomst.
Voor mij, een bundeling van gebeurtenissen, in verschillende periode, onder
het motto "de Absolute aanspraak op de werkelijkheid". Het streven naar een
relatie tussen hemel en aarde. Het aardse en geestelijke in evenwicht brengen.
Dit trachten vol te houden van begin tot het einde, zeker als er sprake is
van zekere zin van voorbestemming dan wel een opdracht. Bijna contemplatief
te noemen. Vandaar dat ik denk dat de absolute waarde van de mens is dat hij
hier op aarde een opdracht heeft en die uit vrije wel, kan en mag uitvoeren.
De normen zijn dat hij dat doet in stip gehoorzaamheid en tijd. Waarin en
waarvoor hij zijn tijd en opdracht in vervulling brengt, of zoals Moederoverste
van de 'Zusters van Wijsheid', zuster Paula Hermans uit Berg en Dal mij schreef
in juni 2005.
"Ja, het gaat telkens om de vraag, hoe ik in 't leven sta, dan welke Wijsheid
of wijsheid ik mij laat leiden. De tekst aan de voorkant laat zien (bij een
object, met daar aan gekoppeld de tekst) dat de Wijsheid de enige is, die
ons persoonlijk bij onze naam roept om Haar te volgen, omdat iedere andere
wijsheid dwaasheid is, dus van generlei waarde. Laten we maar uitzien naar
het Ene noodzakelijke."
1932 Lambertus Wilhelmus Thresia Pulles 1932 geboren in Elshout, thans
Gemeente Heusden. Mijn ouders waren Maria, Anna van Helvooirt 1905 geboren
in Baardwijk en Johannus, Franciscus Pulles 1904 geboren in Vlijmen. Het is
ook het plaatsje Elshout waar Betsy van de Besselaar, mijn levensmetgezellin,
en Monsieur Muskens, Bisschop van West Brabant geboren zijn. De Bisschop, patroon
van de Gild met als vaandelspreuk Slalom wat vrede betekent voor alle volkeren.
Deze Gildevereniging is nog steeds actief, gaat in de meimaand van dorp naar
dorp en stad naar stad om de eenheid te bevorderen.
Elshout is een agrarisch dorp met als hoofdzaak landbouwgewassen en een klein
deel veeteelt. Paarden om het land te bewerken, koeien voor de plaatselijke
behoefte aan zuivel te kunnen voldoen en wat voor de omliggende gemeente.
Mijn geboortehuis was een boerderij achter het huis met smidse van vader en
moeder Pulles, schuin tegenover de kerk. Het adres waar zij de kost verdiende
in zo'n boeren smidsbedrijf. Met wat huishoudelijk handelswaar en dienstverlenende
activiteiten, waaronder paarden beslaan, moesten zij het zien te rooien.
Onze Pa was gediplomeerd hoefsmid, behaald bij de veeartsen geneeskundige
dienst te Utrecht. Dit paarden beslaan, was in die jaren in den Elshout,
voor een zelfstandige onvoldoende voor een redelijke kostwinning. Dat was
jammer maar niets aan te doen. Vergeet hierbij niet dat de jaren dertig zeer
slecht waren er heerste veel werkeloosheid. Daarentegen waren de jaren twintig,
de jaren van zijn opleiding redelijk goed. Dat waren immers de jaren van opbouw,
zoals na de tweede wereld oorlog.
Maar daarna, in de begin jaren dertig, moest hij met zijn gezin vertrekken
uit den Elshout. In de beginjaren van hun huwelijk ging het mis en moest het
gezin iets anders gaan zoeken, waar het beter was voor de toekomst.
1933, 1938 Verhuist naar Sint-Oedenrode waar vader werkte als onderhoudsmonteur
bij de stalen meubelenfabriek Oda. Daar woonde wij met vier broers en een zus
vlak bij de Dommel, waar men kon leren vissen en in de winter schaatsen.Daar
werden wij met de slee over het ijs getrokken, op de schaatsen. Daar was ook
de mogelijkheid om in de zomer vliegers op te laten samen met vader. Een paar
kilometer achter de Dommel was het zwembad en een roeivijver van Sint-Oedenrode
waar wij ook regelmatig naar toe gingen. Dat was best een leuke tijd voor ons,
als kinderen zijnde, maar voor mijn moeder niet zo omdat ons vader fabrieksarbeider
was en daar in twee ploegen moest werken om redelijk aan de kost te komen.
Hij werkte 16 uur per dag. Terwijl, dat zij thuis ook al met de nodige zorgen
had gezeten, met hun kolenzaak en dorpscafé, omdat haar vader al vroeg
weduwnaar was.
1938, 1940 Verhuist naar Nijnsel, gemeente Sint-Oedenrode. Daar werd
vader te werk gesteld bij de plaatselijke steenfabriek. Daar wederom als
onderhoudsmonteur en hoefsmid, zijn eigenlijke beroep. Maar ook weer onvoldoende
werk om zijn gezin goed naar zijn zin te kunnen onderhouden. In deze tijd
was er door mij een begin gemaakt met de lagere school, waar ik ook de eerste
Communie had gedaan. De familie Pulles woonde daar tijdelijk in een leegstaande
onderwijzers woning van en naast de Pastorie. Dat was ook het adres waar
wij de Duitse invasie meemaakten. Veel militaire te voet met volle bepakking,
die vanuit het Oosten van ons land hier binnenvielen en toevallig voorbij
ons huis kwamen. In die tijd hadden wij een fiets met zijspan welke door vader
zelf was ontworpen en vervaardigd en waar vier kinderen in konden en
één achterop. Dat vonden die Duitsers wel interessant vandaar
dat een onderofficier er veel belangstelling voor had. Zij vroegen dan ook
om er als proef mee te rijden, maar dat lukten hun niet. Zij reden steeds
van de weg af, naar links en dan weer naar rechts. Daardoor gaven de Duitsers
de fiets met zijspan al weer snel terug. Dit voertuig was voor hen gelukkig
niet bruikbaar.
Hij ging vandaar naar de Bata fabrieken in Best. Dat was alweer een verbetering.
Hij verdiende extra met de overwerkuren, die men in die tijd kon maken.
1940, 1945\: Naar Best. In die beginjaren was ons vader nog altijd werkzaam
bij de schoenfabriek van Thomas Bata. Later bij v.d. Meule-Ansems te Eindhoven
waar hij gasgeneratoren (met hout gestookte gasketel in plaats van vloeibare
brandstof) op vracht- en bestelauto's bouwde voor hun klanten waaronder ook
veel Duitsers.
In die tijd was er ook ene Pulles burgemeester van Eindhoven( voorheen dierenarts
uit Lieshout). Oorspronkelijk ook een man uit Vlijmen. Vandaar de naam van
het boek (Dokter Vlimmen ) want er was een boek over hem geschreven, juist
in de Duitse bezettingstijd, dat moest wel een landverrader zijn dacht men
toen en dat hebben wij ervaren.
Op school en elders hier in het Brabantse en zelfs later ondervonden onze
kinderen er op school (docenten) nog last van, dat was nog na 1975. De scheldwoorden
waren altijd " Pulles… de eerste die na de oorlog de pineut is". Dit moesten
wij heel vaak aanhoren.
Ook dit heeft zo zijn keerzijde. Blijf niet hangen bij het verleden maar kijk
naar de toekomst, die is zeker zo belangrijk!
Extra aanvulling van Thomas a Kempis: 'Dank zij de Christus, van wie alles
komt, zo dikwijls ik ergens goed in slaag. Zelf ben ik ijdelheid en als niets
voor U Ps. 28,6 een onstandvastig mens, een zwakkeling. Waar ik mij dan op
beroemen of waarom verlang ik naar een grote naam? Om dat niets? Het is de
reinste waan. Werkelijk, zinloze glorie is een kwaad soort pest, de allergrootste
leegheid: want zij trekt van de ware glorie weg en berooft mij van de hemelse
genade. Immers, terwijl de mens behagen stelt in zijn eigen ik, mishaagt hij
U; hunkert naar menselijke lof, laat hij zich de ware deugd ontstelen! De
echte glorie maar daar in tegen en de heilige opgetogenheid is: het roemen
op U en niet op het eigen ik; zich verheugen in uw naam, ook niet in zijn
eigen waarde, en ook niet in het genieten van wat geschapen is, tenzij dat g
ebeurd om U.'
1944, 1946: Mijn vader was werkzaam in Best bij het stalen meubelfabriekje,
die hoofdzakelijk speelwerktuigen maakten. Zij betrokken hun materiaal uit
resten van zweefvliegtuigen (gebruikt voor het vervoeren van soldaten uit
Canada, gestrafte mensen). Het was hoofdzakelijk pijpmateriaal wat zij daar
zelf sloopte uit ie wrakstukken, die daar verspreidt lagen.
Deze waren van Amerikaanse makelij, gebruikt voor de velen aanvallen tegen
de Duitsers.
Van dit pijpmateriaal van zweefvliegtuigen, werden voor kinderen bruikbare
dingen gemaakt o.a. sleetjes om in de sneeuw te spelen. Dit gebeuren was voor
mij wel interessant vanwege het uitdenken van hulpgereedschap, waar ons vader
goed in was. Zelfs kleine machines werden door hem uitgedacht b.v. om pijp
te knippen onder een hoek van 90 graden. Maar ook 45 graden dacht hij uit,
en o.a. gaatjes ponsen in pijp was zijn aandeel.
Omdat ik regelmatig naar die fabriek ging kijken en zag wat zij daar allemaal
zelf maakten, dacht ik, dat moeten wij samen met ons vader toch ook kunnen
een eigen bedrijf opstarten. Maar ons vader voelde daar in het begin eigenlijk
niets voor, maar ons mam en ik wel.
Dus moest ik het samen met haar nog eens terdege over hebben om wel voor
ons zelf te beginnen.
En inderdaad, na werktijd begon vader met fietsen te repareren en vervolgens
zoeken naar een geschikte locatie, om volledig thuis te blijven werken.
Een geschikte locatie werd gevonden op de Zomerpad, thans Kruisparkweg geheten,
bij de grote spoorwegovergang nabij de Oirschotseweg in Best, niet ver van
I.B.C. aannemers bedrijf, wat later onze grootste opdrachtgever werd. Dit
bedrijf gaf ons in het begin veel steun om op te starten, zowel financieel
als in materiële zin. Een van de directieleden heeft ons zelfs hulp aangeboden
bij moeilijk werk.
Dus 1946 was het jaar dat bij ons thuis het bedrijf J. Pulles en Zn. werd
opgericht. Ik kan me nog herinneren, dat het een dubbel woonhuis was, waarin
alle binnenmuren waren verwijderd, en ook geen zolder, zelfs geen vloer.
Het leek wel op een grote zandbak met overkapping daarbinnen. Wel was daar
een hele langn tuin achter het huis waar wij als kinderen van alles konden
maken. Voor ieder die graag werkte aan de rekstok, schommelen, zweven in
een soort molen met touwen er aan. Daar kon men aan trekken, de andere zweefde
dan de lucht in. Gymnastiek was een sport waar wij toch allemaal veel belangstelling
voor hadden.
Dieren houden o.a. postduiven, parkieten, konijnen. Ook honden hadden wij
vaak. Die hoorden er ook bij.
Zelfs een motor met zijspan ontbrak er niet aan. Daar kon aan gesleuteld
worden, hoofdzakelijk door onze Frans.
Later hebben wij achter een schutse (een doel) gehad, om met peil en boog
te kunnen schieten en vooral oefenen. Dit alles om bij de club bij café
Roch hoge ogen te gooien bij de andere schutsboogleden.
1946 , 1960: Na de bevrijding was het gezin uitgegroeid tot vijf zonen
en een dochter. Het was ook de tijd dat wij samen met vader en moeder besloten
definitief een eigen bedrijf te beginnen.
In de beginjaren een fietsenhandel door nieuwe fietsen zelf in elkaar te
zetten, inclusief het spaken van de fietsenwielen. Ook fietsreparaties hoorde
daarbij. Wij moesten als oudste hieraan meehelpen.
Het paarden beslaan kwam toen ook weer opgang door ons vader. Alleen voor hem,
want ik zag daar niets in voor de toekomst.
Dit alles was voor moeder Pulles toch te zwaar, bleek later. Ze kreeg meerdere
malen een beroerte, waaraan zij later in 1957 overleed, met alle daaraan
gekoppelde gevolgen, vooral voor onze Pa. Ik gaf de voorkeur aan een allround
metaal bewerkingsbedrijf. Compleet met het lassen van alle metalen en non
ferro metaal die men toen kenden. Bij voorkeur voor de bouwwereld, architecten
en aannemersbedrijven. Het moeilijkste werk kreeg toch zo langzamerhand de
voorkeur wat ik interessant vond, vandaar dat ik ging studeren voor een eigen
allround metaalbewerkingbedrijf wat, hoofdzakelijk moest bestaan uit exclusieve
opdrachten. Dat lukte heel goed.
Ook het moeilijke werk voor I.B.C. Bouwbedrijf en architectenbureaus werd
niet geschuwd. Ik moest als oudste het patroondiploma smidsbedrijf halen,
want dat hoorde er uiteraard bij, voor de toekomst. In de zelfde periode
moest ik in militaire dienst, voor bijna twee jaar. Dat was bij de luchtmacht
als vliegtuigplaatwerker/lasser, tevens magazijnbediende voor het uitgeven
van speciaal gereedschap. Daar leerde ik zeer nauwkeurig werken. Het waren
tenslotte onderdelen van vliegtuigen, die goed van kwaliteit moesten zijn.
Net voor de diensttijd was het de gewoonte dat jongens die in dienst moesten,
een retraite volgden in een klooster te Vught. Even een afzondering maken
van het aardse. Een voorbereiding op een verdere volwassenheid naar de toekomst.
Ik maakte daar ook kennis met het religieuze kloosterleven wat ik wel ambieerde.
Die omgeving, het kerkelijke interieur en de paters. Maar ik kon hierin geen
beslissing nemen.
Het is wel zo, hij die in de schuilplaats des Allerhoogste is gezeten, die
zal vernachten in de schaduw de Almachtige , psalm 91: 1
Als oudste zoon moest ik toch in het bedrijf van vader gaan werken. Helpen
opbouwen wat hij tenslotte vooral voor mij was opgestart. Later is gebleken
dat ik toch wel de bedoelde de schuilplaats bij God kon vinden, zonder looster.
Na die periode ging ik op zoek naar een partner voor het leven. Ik dacht,
dat ik die gevonden had bij een familie te Oirschot. Eerst kreeg ik de informatie
dat het geadopteerde weeskinderen uit de gebombardeerde stad Rotterdam waren,
maar dat bleek niets juist te zijn, volgens kennissen van mijn ouders en een priester
die afkomstig was uit Oirschot.
Samen met dat meisje liep ik ook regelmatig binnen bij de kapel van de
Karmelietenzusters, om daar een kaarsje aan te steken. Deze hadden blijkbaar
contact gezocht met de maatschappelijk werkster en een kapelaan hier uit Best,
die op hun buurt mijn ouders informeerde om zo spoedig mogelijk een einde
aan deze relatie te maken. Maar voor deze, van goede afkomst katholieke mensen,
was het de bedoeling door dit verhaal op te hangen, dat deze kinderen zo
goed mogelijk terecht te laten komen, dus goed bedoeld. Een toevallige gebeurtenis
met een goede afloop voor mij toch.
Jaren '60: In het bedrijf van thuis ging het een aantal jaren redelijk
goed, totdat mijn moeder overleed in 1957 en vader een aantal jaren weduwnaar was.
Na een zoektoch in de Katholieken Illustratie vond pa een vrouw, en hij hertrouwde
met Anna de Wit uit Drunen. Het was voor vader niet vol te houden zonder
een vrouw aan zijn zijde. Voor ons als kinderen, was het anders door het
krijgen van een tweede moeder, wat voor een ieder niet altijd zo vanzelfsprekend
was. Maar zijn kinderen kregen kennis en wilde wat anders, dan wat vader
voor ogen stond.
Toen ik kennis kreeg met Betsy van de Besselaar en zelf een gezin wilden
gaan stichten, kwamen wij er gauw achter, dat het niet ging om in het familiebedrijf
te blijven werken en daar ook nog voldoende loon uit te halen voor ons jong gezin.
1960, 1963: Ik vertrok uit het bedrijf thuis, en ging in loondienst bij
de stansmessen fabriek Van Wees te Waalwijk. Gereedschapmakerij voor de
leerlooierij, de schoenindustrie en voor textielfabrieken. Maar door mijn onervarenheid,
het werken in loondienst, ging het al gauw mis bij dat bedrijf en zo volgden
er nog enkelen bedrijven rondom Waalwijk. Totdat ik terecht kwam bij Landis
en Gir in Nunspeet. Dat ging een tijdje redelijk goed. Ik kreeg daar de leiding
van een afdeling schakelkastenfabricage. Daar werkte ik geheel zelfstandig
en fabriceerde allerlei vormen paneelkasten, waaronder grote PPT lessenaars
die bestemd waren voor allerlei meetapparatuur, van assistenten afkomstig
uit de aldaar gereformeerde gemeente Nunspeet.
"Daar in Nunspeet dacht ik wel eens waarom uit het Brabantse vandaan te moeten,
om kennis te maken met de Heilige Franciscus van Assisi, wat ook de patroonheilige
van de daar kleine kerkgemeenschap was, zeker door God geroepen".
Het eerste jaar dat wij daar in Nunspeet woonden hadden wij als kerkgebouw
een oud herenhuis, waar pastoor van Rooi en een Aalmoezenier van de legerplaats
Elspeet als assistent de kerkdiensten verrichten.
Vrij snel, na 1962, werd begonnen aan een nieuw kerk gebouw wat door een
broer van Kardinaal Alfrink werd gebouwd. En het is dat kerkgebouw waar ik
bij betrokken werd om op de voorgevel, een afbeelding te maken van de H.
Franciscus die wijzend naar de zon het licht van Christus. Dat heeft mij
nooit meer los gelaten. Zo'n werk, dat vond ik voor mij zeer belangrijk.
Het werk is toen uitgevoerd met hulp van ons vader in Best waar nog altijd
het metaal bedrijf van voorheen was gevestigd. Voor het ontwerp kreeg ik
toen assistentie van een Pater uit een kloostergemeenschap de Mariënkroon
te Nieuwkuijk, gemmente Heusden.
Zou het toeval zijn geweest dat wij daar woonden in de tijd, in een protestante
omgeving, dat daar een kerk werd gebouwd die een uitstraling moest krijgen
van de Heilige Franciscus. Ik dacht zelf dat deze gebeurteniss toch geen
toeval kan zijn!
Nadat deze opdracht, bleek later, was voltooid ging het mis daar bij Landis
en Gir door diverse omstandigheden. Voornamelijk het niet waarderen van het
werk dat ik daar deed. In mijn achterhoofd, het nog altijd bestaand metaalbewerkingsbedrijf
in Best van de familie. Maar ons gezin bestond inmiddels uit vier personen.
Wij samen met Marja en Dorine.
1963, 1968: Om naar Best te gaan moest het bedrijf door ons worden
overgenomen wat nogal wat voeten in aarde had, in de toen verkerende situatie
van de familieleden aldaar. Maar door positief te denken, zo Jezus Christus
het wilde, kwam alles toch goed!
Deze jaren waren voor ons erg moeilijk omdat het gebouw waarin het metaalbewerkingbedrijf
gevestigd was op grond stond van de familie. Hierin wil ik niet in details
treden wat er toen allemaal gebeurd is. Opdrachten waren er overigens voldoende.
Wij hadden op een gegeven moment negen mensen in dienst waaronder een broer
van Betsy, Ad van de Besselaar. Inmiddels was ons gezin ook uitgebreid met
een dochter, Jolanda genaamd . Het was ook het jaar dat pastoor Schreurs
zijn eerste mis opdroeg in de St. Odulfuskerk alhier.
Ik haal dit aan omdat ik tijdens die H. Mis een signaal kreeg van de H. Franciscus
om wat rustiger mijn werk te doen, dan wel meer geduld te hebben voor het
werk wat ik graag zou willen ... 'religieuze kunst'.
In deze tijd had ik wel kans gezien, kennis te maken met kunstenaars uit
Best en omstreken, en wat van hun kennis en ervaring op doen, in de wereld
van de kunst. Want een kunst is het, om in die wereld als autodidact, een
heel klein beetje mee te mogen doen, dat verzeker ik je, voor iedereen die
er aan begint.
"Je moet haast van beton zijn, ofwel door een muur heen willen waar geen
gat in zit", zei Betsy altijd, maar het moest, daar was ik van overtuigd,
maar niet zonder hulp van Hem die je aanbid, want dan hou je het niet vol!
1968, 1993: In deze periode hadden wij grond kunnen kopen op het
noordelijk deel van een industrietrein van Best waar reeds een woonhuis
stond. Ook weer met de nodige moeilijkheden van de gemeente aangaande de te
gebruiken bouwstenen de z.g. B.B.blokken. Maar het was ons toch vrij snel
gelukt, met wat hulp van een toen fungeerde wethouder van de P.v.d.A., de heer
Mijlink, werkzaam bij de Bata schoenfabriek waarvoor wij ook regelmatig werkten,
om er ook een werkplaats op te zetten. Het bedrijf kreeg de naam Metalbest
wat hoofdzakelijk bestond uit een dienstverlenend metaalbewerkingsbedrijf.
Daarnaast hadden wij een bescheiden winkeltje met kunstnijverheid en daarbij
schilderij inlijst werk. Al mee al, niet veel van betekenis. Dat inlijstwerk
moest weer stoppen door omstandigheden in het gezin. De kamer moest immers
vrijkomen voor een ander doel. Er moest een kamer vrij komen voor de studie
van de kinderen.
Dus rondom de kunst lukte het maar niet. Maar weer kreeg ik een signaal van
de H. Franciscus om het toch maar vol te houden. Dit gebeurde in het klooster
van de Norbertijnen te Heeswijk-Dinther. Tijdens een verblijf daar, ter
gelegenheid van een voorlichtingsweekeind ten behoeve van Liturgische
symbolen, waar ik het mijne van wilde weten.
In die tijd hadden wij ook een stoffenwinkel opgericht in het dorp, afhankelijk
voor de kostwinning wat op te weifelen, wat maar ten dele lukte. Er waren
ten slotte drie dochters. Misschien voor hen een opstart naar een eigen toekomst.
Met al die activiteiten lukte het ons tot de beginjaren negentig de kost te
verdienen. Wij hebben toen gezocht naar een eigen winkelpand nabij het centrum.
En jawel, er was een winkelpand met een mogelijkheid ook daar een metaalwerkplaats
te stichten. Maar het pand werd voor ons te duur. Achteraf gezien maar goed
ook, want een aantal jaren later ging dit pand tegen de grond. Weer zo'n
redding voor de kunstenaar want met dat pand was alles verloren wat er nu
noch wel is, is dat toeval?
Daarnaast had ik mezelf toch weten op te werken en bekwamen tot een religieus
werkende kunstenaar, zich momenteel bezig houdt met het visualiseren van
bijbelse teksten.
'Gemotiveerd door de H. Franciscus, als stuwende kracht achter mijn werk
en die zich daar ook meer malen daadwerkelijk mij toe aanzette, en nog altijd
doet'.
1993, 1997: Met vallen en opstaan heeft het bedrijf Metalbest tot
1993 stand gehouden. Door het wegvallen van voldoende opdrachten moesten
wij een uitkering aanvragen bij de overheid wat na ongeveer een half jaar
lukte. Met hulp van familie en bekenden hebben wij toch kunnen blijven zitten
op dit adres om het kunstenaarsberoep te kunnen blijven uitoefenen.
Dit vind ik zelf nog altijd een zeer unieke situatie om mijn opdracht(en)
tot een goed einde te brengen. Daar is tenslotte een juiste geoutilleerd
atelier voor nodig met natuurlijk de nodige administratieve bijdragen van Betsy.
Nu moesten we verder met een uitkering en met een opgenomen hypotheek. Dat
moet dan ook maar weer kunnen.
Dit laatste duidt toch op een duidelijke voorbestemming ofwel een Goddelijke
voorzienigheid om verder te gaan met religieuze kunst.
Het Bijbelse woord in beeld brengen, voor mij een zeer bijzonder gebeuren.
Op dat moment ontdekte ik dat er naast mij een geestelijke partner is, die
alles ontwerpt en dat ik alleen de uitvoeder mag zijn, van alles wat er tot
stand komt. Dit gelkd ook voor het werk wat eerder is voltooit, door mij.
1997, 2000: Het begin van de gepensioneerde leeftijd, die wel
vruchtbaar is voor mijn werk wat ik van nu af aan kan doen. Als het zo blijft
uitstekend, maar voor de kleinkinderen, als opa, schiet ik wel te kort.
Maar daar kan ik weinig aan veranderen.
Het in balans houden van ons gezin en het kunstenaar zijn, is niet gemakkelijk.
Wie het weet hoe dat precies moet mag het zeggen, om dit anders of beter te
doen. Nogmaals deze unieke situatie is niet vanzelfsprekend overeind te houden,
met het voor ons toch grote woonhuis met daaraan gekoppeld een galerie. Daarbij
een vrij groot atelier met een aanzienlijke hoeveelheid machinerieën
die alle nodig zijn. Niet te vergeten de nodige gassoorten in cilinders, om
diverse materialen te kunnen lassen. Wat verzorging en onderhoud van al deze
machines en gebouwen elk jaar weer opnieuw nodig maakt is ook schilderwerk
en het dak op om lekkages op te heffen. Bedenkt dat wij in de beginjaren
dertig geboren zijn, en reeds gepensioneerd.
Het jaar 2000 ziet er voor mij goed uit, door dat ik mij geheel kan toeleggen
op religieuze kunst. Deze kunstvorm vind ik de belangrijkste. Met van tijd
tot tijd een opdracht uit de samenleving en familie kan ik doorwerken aan
de kunstobjecten. Dat was wel noodzakelijk om door te blijven gaan. Vandaar
dat er regelmatig tentoonstellingen georganiseerd moesten worden. Om het op
zijn Brabants te zeggen, langs de weg blijven timmeren met je werk.
Tentoonstellingen houden maak ik mij niet al te druk om, want meestal gaat
of komt er wel een uitnodiging om ergens in Nederland mee te doen met het
tentoonstellen van kunst. Hier op het einde wil ik vooropstellen dat kunst
er niet is voor van het verleden, evenmin als godsdienst. Zij zijn alle twee
van het verleden, het heden en voor de toekomst. Beide disciplines, zowel
de religieuze kunst als de religie zelf, zullen altijd blijven bestaan, ook
onder druk van deze tijd, de 21 ste eeuw. 'Men lijkt gekozen te hebben
voor het materiële en het geestelijke achter zich te hebben gelaten.
Ik denk als volgt over het geestelijke: In alles wat met God verbonden is,
in alles, men bedenkt en denkt te moeten doen'. Neen je mag alles.
Verder met Gods Heilige schrift, wie die ook gedicteerd heeft. Hieronder
een lezing uit de Bijbel, de 'Handelingen van de apostelen'.
Is er een weg terug, ook voor een deel van onze heidens denkenden mensen
onder ons? Waarom toch glijdt een deel van ons volk van Christelijke komaf
naar een andere beschaving, als het nog een beschaving genoemd kan worden?
Wel of niet zo Jezus Christus heeft bedoeld, gewild en voorgehouden en nog
altijd doet. Waarom toch dat zoeken in het materiële. Laat je toch door
God inspireren, die is er ook voor jou en voor ons allemaal.
Hier onder de tekst, Handelingen 15: 13 - 18.
Broeders en zusters, luister naar mij.
Simeon heeft uiteengezet hoe God zelf begonnen is zich het lot aan te trekken
van de heidenen, om uit hen een volk te vormen voor zijn naam. Hiermee stemmen
ook de woorden van de profeten overeen, zoals er geschreven staat:
"Daarna zal Ik terugkeren en de ingestorte tent van David herbouwen.
Wat omver ligt zal Ik herbouwen en weer overeind zetten, opdat de mensen
die Ik zijn overgebleven op zoek gaan naar de Heer.
En ook de heidenen, ver wie mijn naam is uitgeroepen.
Zo spreekt de Heer die daaraan van oudsher bekendheid geeft".
Daarom ben ik van oordeel dat we de heidenen die zich tot God bekeren, geen
onnodige last moeten opleggen, maar hun moeten schrijven dat ze onthouden van
verontreiniging door afgoden, ontucht, verstikt vlees en bloed.
'Gods geschenken'
Door ons hart te openen
naar Gods liefde,
kunnen wij door de geest
het signaal ontvangen
wat ons de weg wijst,
*door de Eucharistie viering
bij te wonen, kunnen wij tevens
onze ziel voeden
met de Heilige Communie.
Met de Heilige communie eerbiedig te ontvangen
lofprijzen en koesteren
wij onze almachtige goede God.
Waarmee wij samen met andere gelovigen
Het lofzang kunnen zingen, het Allelua!
-----------------------------------------------------
Luister naar Mij in de waarheid van je ziel.
Luister naar Mij in de gevoelens van je hart.
Luister naar Mij in de stilte van je Geest.
Gezocht naar de essentie van ons geloof
Gods woorden, dan wel home divinans en via anderen.
* Deze zin is einde en begin van een zin.
Hieronder nog een toepasselijke citaat als gij met God in zee gaat.
"Bekommert gij niet om wat de toekomst verborgen houdt. Ween niet om wat
vergaat, maar zorg ervoor uzelf niet te verliezen en ween slechts als gij
in de stroom van de tijd wordt meegesleurd zonder het zicht op de hemel
(Christus) te behouden".
Een uitspraak van de dichter Friedrich Schleiermacher.
Bert Pulles, vormgever in metaal Best.
|
|