Galerie-Lumineux
 

Contactpagina

Vijf decennia

Galerie + thema's

Poëtische gebeden

Beschouwingen - opinies

Autobiografie


Bert Pulles
   
 
 

Absolute aanspraak op de werkelijkheid


 
 

Bij velen leeft nóg steeds de gedachte, dat de moderne kunst mikt op 'het abstracte of zo'. Ook daar waar abstracte schilderijen ontstaan, is echter het tegendeel waar. De moderne kunstenaar strijdt voor het concrete, de inzet van zijn strijd is de werkelijkheid. De antithese tussen geloof en ongeloof wordt tot in de laatste consequenties uitgewerkt. Na de loochening van de waarheid volgt en moet - op deze weg - volgen, de loochening van de werkelijkheid als schepping. Met deze ontkenning is de kunst van de 20 ste eeuw ingezet. Hoe bewust dit 'verantwoord' wordt, kan blijken uit de woorden van Pinot Gallizio, een kunstenaar - magiër die verwant is met Karel Appel en Cobra - beweging. Hij maakt schilderringen in de vorm van een enorm hol of en grot, waarin men kan binnen gaan. In 1959 schrijft Gallizio:

'Al onze goederen zullen collectief zijn, en in snelle zelfvernietiging… Dan zal er geen architectuur meer zijn, geen schilderkunst, geen woorden, noch beelden. Dan staan in de toekomst onze werken zonder oppervlak noch volume. We zijn dicht bij de 4 e dimensie der zuivere poëzie, vlak bij een magie zonder tovermeester, een magie die slechts door allen verwerkelijkt kan worden. Wij staan op de drempel van een natuurtoestand in moderne zin, met moderne instrumenten; daar kan het beloofde land of het paradijs niet anders zijn dan onze eigen omgeving, die wij ademen, eten, aanraken, binnendringen… Laten wij zó de lange dagen der atomische schepping beginnen. Het is nu aan ons alleen, kunstenaars en wetenschapmensen van eenzelfde Poëzie, om opnieuw en op andere wijze de aarde, de zeeën, de dieren te scheppen; de zon en de sterren; de lucht, de wateren en de dingen. Het zal aan ons zijn, om op de klei te ademen, om zo de nieuwe mens het licht te doen zien, die alleen geschapen is voor de rust van de zevende dag.'
(Internat. Situationiste nr. 3, 1959)

De dagen der schepping, op de klei ademen, het beloofde land, de zevende dag - men ziet dat het stuk niet te volgen is voor wie met de Bijbel onbekend mocht zijn.
Hopelijk willen velen weten, wat de Enige die men misschien autonoom zou mogen noemen de soevereine God, bedoelt met 'ingaan tot Gods rust'. Wij bidden, dat velen zich mogen bekeren, als ze verstaan hoe zeer het God ernst is, wanneer Hij zegt: 'Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan" (Hebr. 4: 3- 5). Hij die alle macht heeft in hemel en op aarde, spreekt niet over een 'eeuwig zwart tapijt', maar over de 'buitenste duisternis'. (Matteüs 8: 12; 22:13; 25:30)

Uit een kunstvaktijdschrift (auteur onbekend)

Bert Pulles