|
|
Kunst ontstaat door samenwerking van God en de kunstenaar, en hoe minder
de kunstenaar erbij doet, hoe beter. Dit is geen uitspraak van mij, maar
van de Franse schrijver André Gide.
Een kunstenaar uit Best, Bert Pulles, vormgever in metaal, exposeert momenteel
(dat was in oktober1999 - B.P.) in de ontmoetingsruimte* van de Stadskerk
Sint Cathrien in Eindhoven.
Hij doet dat onder de titel "Vindplaatsen van God". Zijn beelden, veelal in
roestvast staal, zijn te omschrijven als uitingen van een diep religieus
ervaren van de werkelijkheid. Pulles legt zelf uit wat André Gide bedoelt.
Hij schrijft: "In de kunst gaat het erom, evenals in het geloof, aan zin of
gedachten vorm te geven. Er zou daarom geen reden voor kerkelijke angst of
onverschilligheid voor kunst behoeven te zijn. Kunst en geloof zijn principieel
in een congeniale verhouding te plaatsen, waarbij het verhaal van de kunst
religieuze dan wel geloofsantwoorden kan oproepen"
Een andere Franse schrijver, André Malraux, zegt: "Alle kunst is
opstandigheid tegen het lot van de mens". Een mens begint al terstond na
zijn of haar geboorte langzamerhand af te sterven. Dat klinkt wat dramatisch
nu juist de zesmillardste baby is geboren, maar het is nu eenmaal zo. De
kunstenaar komt daartegen in opstand en probeert door zijn kunst te overleven.
Zoals bijv. Rembrandt, die in zijn schitterende zelfportretten verder leeft.
De kunstenaar doet misschien weinig, zoals André Gide beweert, maar hij of
zij doorbreekt tenminste de twijfel. God heeft op de eerste dag van de schepping
ook niet staan twijfelen. Hij koos voor beelden van mannen en vrouwen, die
op de duur konden nadenken, en hij schiep een overvloedige natuur. En alweer
een Franse schrijver bevestigt dit. "De kunstenaar moet in zijn werk; zijn
als God, in de schepping: onzichtbaar en almachtig; men moet hem overal
voelen, en nergens zien"(Gustav Flaubert).
Ik zit ook wel eens te dubben wat ik zal schrijven en dat is precies het
proces, dat vooraf gaat aan de schepping van een kunstenaar. Dat 'dubben':
komt van 'doubt' en dat komt weer van het Latijnse 'dubio'. Tussen 'tweeën'
weifelend. Dat woord 'twee' of 'Zwei' zit ook in het Duitse 'Zweifel' en zelfs
in het Franse 'doute', want daar hebben ze 'duo' omgedraaid in 'dou'. Maar
wat is twijfel nu eigenlijk concreet?
Ik denk terug aan een oud boek over de moraal. Het geweten kan zeker, twijfelend,
waarschijnlijk en perplex zijn. Dat laatste perplex is heel erg. Je moet
dan kiezen tussen twee geboden en wat je van die twee ook kiest, je meent
in beide gevallen te zondigen. Het twijfelend geweten schort zijn uitspraak
op. De twijfel kan slaan op een feit of op een vraag naar zedelijkheid en
recht. In het Latijn: 'dubium facti' of 'dubium juris'. Let wel, met praktische
twijfel aan de geoorloofdheid van een daad mag je nooit handelen. In hetzelfde
moraalboek staat, en U heeft er misschien ervaring mee: "wanneer: een jager
twijfelt, of datgene waarop hij schiet, een dier of een mens is, maakt hij
zich aan moord schuldig, ook als later blijkt dat hij een dier heeft doodgeschoten".
Uiteindelijk staat de kunstenaar voor de vraag ja of nee doen. Hoe korter hij
twijfelt, des te eerder, komt er een kunstwerk en dat zet de waarnemer weer
aan het denken als hij ernaar kijkt. De kunstenaar gunt de kijker (of lezer)
het voorrecht van de twijfel. Het is echter de vraag of de kunstenaar niet
een voorrecht weg schenkt, dat de waarnemer al heeft ? Zit de twijfel niet
ingebakken in ieder waarnemingsproces? Waarneming is een informatieverwerkend
systeem: de een ziet dit en de ander ziet dat. Daarom behoeven kunstenaars
zich ook niet zoveel zorgen te maken over de kritiek, afbrekend of lovend,
van recensenten. Ieder heeft nu eenmaal vanuit zijn persoonlijke achtergrond
een eigen interpretatie.
Een gelovig kunstenaar vindt het een eer om met God te mogen communiceren.
Hij of zij stelt zich open voor innerlijke ervaring. De intuďtieve kant van
het Christelijk geloof is in de loop van de eeuwen 'onderdrukt' door het dogma,
dat geen twijfel toelaat en bedoeld is om zwakken te beschermen. God is net
als de kunstenaar iemand die iets geschapen heeft uit het niets. Er was geen
twijfel tussen iets en niets. Want er was niets.
Paus Johannes - Paulus ll heeft een kunstenaar, bij gelegenheid van de
millenniumviering, opdracht gegeven om de ideale Christusfiguur uit te beelden.
U bent op geen enkele wijze verplicht om dit schilderij mooi te vinden. Kunst
is ook geen regeringszaak. Thorbecke kreeg in 1862 tijdens de algemene beschouwingen
na de troonrede kritiek, omdat hij niet had vermeld hoeveel bijval Nederlandse
schilders in Londen hadden gekregen. Zijn antwoord was duidelijk. Hij zei
tegen de 'geachte afgevaardigde'. ene De Brauw, : "Ik zal niet zeggen, dat
ik er geen belang in stel… maar het is geene zaak van de Regering. De Regering
is geen oordeelaar van wetenschap en kunst".
Prof. Walter Goddijn,
(indertijd godsdienstsocioloog te Tilburg, die bovenstaande beschouwing maakte
naar aanleiding van zijn bezoek aan de expositie - in 1999 - van mijn werk)
* De expositie vond in de kerk plaats
Bert Pulles
|
|